






 | |
[ Met uw kat zonder problemen naar de dierenarts ] [ Op raadpleging? ] [ Aankoop hond ] [ Gebit van hond en kat ] [ Vaccinaties ] [ Zintuigen van hond en kat ] [ Op reis met uw hond, kat of fret ] [ De spijsvertering van hond en kat ] [ Sproeien bij katten ] [ Echografieën ] [ Oorontstekingen ]
De
ontlasting van hond en kat is niet de meest aangename materie om over na te
denken. De meeste buitenkatten en honden doen nogal geheimzinnig over hun
toiletgewoonten, en velen van ons zijn dan ook blij om er zo weinig mogelijk van
te zien. Maar het is belangrijk voor een honden- en katteneigenaar, om zich
bewust te zijn van de toiletgewoontes van hun huisdier. Braken, dunne ontlasting
en diarree kunnen tekenen zijn van slechte of overmatige voeding of ziekte, en
zijn sterke indicaties dat uw huisdier niet in de beste gezondheid verkeert.
Gezonde
eetgewoontes zijn een belangrijke sleutel voor een lang en gezond leven. Een
efficiënte spijsvertering en opname van voedingsstoffen zijn essentieel voor uw
hond of kat om zijn weefsel te kunnen opbouwen of herstellen en vitale energie
te krijgen. Puppies zijn van nature nieuwsgierig en daarom eten zij tijdens hun
verkenningen soms verkeerde dingen. Anders dan bij mensen, kunnen katten en
honden zich niet gemakkelijk aanpassen aan een andere voeding. Ze hebben
regelmaat en voedingsroutine nodig. De voorouders van honden en katten hadden
een levensverwachting van amper zes of zeven jaar. Door domesticatie en betere
voeding zijn onze huisdieren aanzienlijk langer gaan leven.
De
voeding die opgenomen wordt, beland via de mond, waar de maaltijd gekauwd wordt
tot kleinere stukken, in de slokdarm, om vervolgens in de maag terecht te komen.
In de maag wordt de maaltijd opgeslagen en start het proces van de vertering met
de enzymen en de maagzuren die daar uitgescheiden worden. Het voedsel wordt
vermalen tot een brij en gaat dan in kleine hoeveelheden verder naar de dunne
darm waar het spijsverteringsproces zich verder zet. In de darm wordt het
voedsel verder afgebroken in verschillende voedingsstoffen (eiwitten, vetten,
koolhydraten) welke dan gemakkelijk opgenomen worden door de darmwand. Hoe hoger
de verteerbaarheid van de voeding, des te efficiënter het verteringsproces. In
de dikke darm vindt de opname van water en mineralen plaats. Alle stoffen die
niet verteerd kunnen worden of die het lichaam niet nodig heeft, worden niet
opgenomen en worden uitgescheiden als ontlasting. Voedsel van lage kwaliteit en
dat niet goed verteerbaar is, kan de darmwand ook niet passeren en zorgt ervoor
dat water in het darmkanaal blijft. Dit vasthouden van water leidt tot grote
hoeveelheden dunne ontlasting.
Dunne
ontlasting of veelvuldig stoelgang maken, mag niet als normaal beschouwd worden.
Normale uitwerpselen behoren stevig en compact te zijn. Een gezonde hond kan een
paar maal per dag ontlasten, maar er hoort geen extreme hoeveelheid ontlasting
te zijn.
Er
zijn een aantal factoren die de ontwikkeling van maag-darmaandoeningen bij
honden en katten kunnen beïnvloeden:
 |
alhoewel deze spijsverteringsproblemen zich zowel voordoen bij jonge als bij
volwassen dieren, komt dikke darmontsteking meer voor bij honden onder de 5
jaar, terwijl verstopping eerder voorkomt bij oudere dieren. |
 |
bepaalde rassen zijn gevoeliger voor sommige maag-darmaandoeningen: Duitse
doggen, Duitse herders, golden retrievers, collies. |
 |
omgeving: honden die afval doorzoeken, hebben meer risico op
spijsverteringsproblemen door het eten van vervuild of bedorven voedsel. |
Oorzaken van stoornissen in het maag-darmkanaal
Spijsverteringsproblemen
kunnen veroorzaakt worden door:
 |
lage kwaliteit voeding, plotse of veelvuldige veranderingen van voedsel,
extra grote hoeveelheden voedsel, restjes bedorven voedsel, te koud eten |
 |
giftige stoffen, vreemde stoffen of scherpe voorwerpen |
 |
infecties van de ingewanden (bacteriën en virussen) |
 |
inwendige parasieten |
 |
ontstekingen, vergroeiingen |
 |
dikke darm verwijding |
 |
voedingsovergevoeligheid, allergie |
 |
stress, nervositeit |
 |
slechte lever of nierwerking, soms scheidt de alvleesklier niet genoeg
enzymen af om het voedsel voldoende te verteren, of verliest de darmwand het
vermogen om het verteerde voedsel op te nemen. |
Verschijnselen van maag-darmaandoeningen
Behalve
braken, dunne ontlasting en diarree, wijzen één of meerdere van volgende
symptomen op problemen in het spijsverteringstelsel:
 |
slechte adem |
 |
wisselvallige eetlust, weigeren om te eten |
 |
gewichtsverlies ondanks goed eten |
 |
oprispingen |
 |
toegenomen bewegingen van de darmen |
 |
gespannen buik of pijnlijk bij aanraking |
 |
herhaaldelijk geforceerde of pijnlijke ontlasting |
 |
slijm of bloed in of op de ontlasting, abnormale kleur van de ontlasting,
veel en slecht ruikende ontlasting |
 |
winden |
 |
depressief zijn, uitdroging, koorts |
Niet
alle verschijnselen moeten aanwezig zijn bij problemen van het
verteringsstelsel.
Aanvullende onderzoeken om de diagnose te bevestigen
Meestal zijn lichamelijke symptomen van de dieren voldoende om
een diagnose te stellen. In sommige gevallen kan het nuttig zijn bloed en
ontlasting te onderzoeken: bloed voor onderzoek naar lever en nierwerking,
infecties, ontstekingen en ontlasting naar parasieten of onverteerde voeding.
Als het nodig is kunnen nog andere procedures uitgevoerd worden, zoals het maken
van een röntgenfoto’s. Wanneer een voedingsovergevoeligheid of allergie
vermoed wordt, kan een voedseltest aanbevolen zijn.
Voorkomen van spijsverteringsproblemen
Het eten van éénzelfde menu elke dag, zal voor ons mensen
tot verveling leiden, maar huisdieren als honden en katten zullen het beter doen
als zij gevoed worden met een voeding, die een constante samenstelling heeft van
hoogwaardige en kwalitatieve ingrediënten met een hoge verteerbaarheid.
Tegen inwendige parasieten kan er op regelmatige tijdstippen ontwormd worden.
Tegen de ziekte van Carré (“hondenziekte”) en panleucopenie
(“kattenziekte”), beide virusziekten, kan er gevaccineerd worden.
De behandeling
Afhankelijk
van de ernst van de ziekte, zal uw dierenarts één of meerdere van de volgende
behandelingen adviseren.
 |
Voldoende drinken is van groot belang
tegen uitdroging, soms is een infuus nodig. |
 |
Warmte en rust zijn soms aan te bevelen. |
 |
Medicijnen |
 |
Dieetvoeding: het dieet moet goed
verteerbaar zijn zodat maag, darm of lever ontlast worden. Het bevat
dikwijls ook spijsverteringsenzymen om een tekort bij het dier zelf te
compenseren.
De minder ernstige gevallen van braken of diarree zullen vaak met
dieetvoeding alleen al resultaten geven. Uw dier moet dan langzaam over 5
dagen overschakelen op de nieuwe voeding. Het is best van dikwijls kleine
porties (tot zes porties voor puppies, tot vier porties voor volwassen
honden) te geven. |
|