|
|
|
Onze
viervoetige huisdieren leven in een andere wereld dan de onze. Een wereld die
misschien minder kleurrijk is, maar die wel duizend keer rijker aan geuren en
geluiden is. Het
zicht Een
hond heeft een ruimer gezichtsveld dan een kat of een mens. Dit betekent dat hij
naar links en rechts beter kan zien en meer dingen tegelijkertijd kan waarnemen.
De ogen van herdershonden staan vrij zijdelings om een zo breed mogelijk
gezichtsveld te hebben om toezicht te houden op de kudde. De ogen van een
jachthond liggen meer vooraan op de kop om met beide ogen hun prooi goed te
kunnen zien. Het
gehoor U
heeft vast wel eens opgemerkt dat onze viervoetige huisgenoten in staat zijn om
in beperkte mate hun oren te bewegen. Door deze eigenschap kunnen ze heel
precies vaststellen waar het geluid vandaan komt. Vergeleken met de mens kan een
hond beter maar een kat nog beter hoge tonen onderscheiden. Een hond neemt
ultrason geluiden waar, die toelaten een appèl-fluitje te gebruiken. Een kat
reageert op het hoge gepiep van een muis, terwijl u niks heeft gehoord. De hond
onderscheidt ook heel goed verschillende geluiden. Hij kan dus gemakkelijk de
woorden van zijn baas onderscheiden, zelfs al spelen de toon en de gebaren ook
een rol. Geur Het
reukvermogen is, vergeleken bij de mens, bijzonder goed ontwikkeld bij een kat,
maar nog beter bij een hond. De oppervlakte van het neusslijmvlies is bij de
hond 25 tot 250 cm²
en bij de mens maar 2 tot 3 cm². Een Cocker Spaniël heeft 67 miljoen reukcellen, een Duitse herder 200
miljoen en de mens 5 tot 20 miljoen. Uw huisdier ruikt de hele dag door een
groot aantal geuren waarvan u geen vermoeden hebt. Deze eigenschap van de hond
komt ons mensen vaak genoeg van pas. Denk maar aan de speurhonden van de politie
en aan de drugshonden. Van het reukvermogen wordt ook gebruik gemaakt tijdens de
jacht, om zich te oriënteren en om tussen individuen te communiceren. Nu
begrijpt u waarom uw hond tijdens een wandeling voortdurend stopt; zo
communiceert hij met de honden die later langs dezelfde plek zullen komen. De
hond herkent zijn huis en zijn baas beter door de geur dan door zijn zicht. Smaak De
smaak is nauw verbonden met het reukvermogen. Een kat is een echte carnivoor;
hij heeft alleen interesse voor dat wat op vlees is gebaseerd. Hij is normaal
gesproken ongevoelig voor zoete of zoute smaken. Een hond staat daarentegen
dichter bij de mens en is dus meer een omnivoor, een alleseter. Net zoals een
kat is hij ongevoelig voor een zoute smaak, maar hij houdt wel van zoete dingen.
De smaakgewaarwording is bij de hond weinig ontwikkeld. Een hond heeft 1706
smaakpapillen, een mens 9000; Een hond kan dagelijks hetzelfde voedsel eten. Hij
heeft geen behoefte aan afwisseling. |
|
Dierenartsenpraktijk Ter Rivieren
|